• Column
  • 15-03-2017

Fragmentatie van politieke partijen

Ooit waren de grote politieke partijen in ons land op levensbeschouwinggebaseerd; alle kennis kreeg de burger uit bronnen die bij die stroming hoorden – iedere richting kreeg zo eenvoorspelbare vaste basis in de samenleving. Met de naoorlogse ontkerkelijking en de komst van TV leerde men kennis te nemen van andere meningen en soms kon men zich daar 'best wel'in vinden. Het vijanddenken verdween en men kwam zelfs tot coalities die voorheen 'duivels' zouden zijn genoemd, zoalsRooms en rood. Er kwamen partijen bij om ook dieren en natuur een stem te geven en andere voegden restjes bijeen zoals het
CDA. De winst was dat men elkaar ondanks verschillen ging
waarderen – zaten alle partijen immers niet in hetzelfde schuitje
van de volksgunst die steeds grilliger werd? De kiezer werd een
mondige consument en bekeek verkiezingsfolders net als de
aanbiedingen van de diverse supermarkten – wat heb je me te
bieden en waar voel ik me het prettigst bij?
Intussen is de Nederlandse politiek zover gevorderd op dat
pad van consumentisme dat kiezerstrouw net zo makkelijk
wordt gewisseld als een tegenvallende aankoop wordt teruggebracht:
niet goed, geld terug is de norm geworden. Men
zegt wel dat dit te maken heeft met voortschrijdend individualisme
waarin men per stadium in het leven uit een steeds
groter aanbod keuzes maakt of bijstelt. En zoals de 'markt'
inspeelt op de wens van de klant, zien ook politieke gelukzoekers
kansen in dit nieuwe kiezerspubliek. In de eerstvolgende
verkiezingen zullen dat wellicht dertig partijen/partijtjes zijn:
op het moment dat ik dit schrijf, is een commissie aan het
schiften wie al dan niet mee mag doen. Tegelijkertijd is de
kiezer ongemerkt al weer een stap verder – of liever op de
terugweg: waarom niet gewoon terug naar vroeger? Terug
naar vroeger, grenzen dicht, gulden terug, net als het ziekenfonds;
wie terugblikt, ziet altijd dingen die het brein als 'warm'
en 'echt' heeft opgeslagen, maar vergeet hoe daar destijds op
gekankerd werd.
Op Facebook, Twitter en andere sociale media ontdekt men
niet de enige te zijn die denkt dat vroeger alles beter was en dat
vooral culturen met rare kleren en gewoontes hier niet passen.
De 'oude' gastarbeiders uit Zuid-Europese landen horen wel
gewoon bij 'ons', net als de gekleurde bevolking van de voormalige
koloniën – behalve als ze aan 'Zwarte Piet' komen. De
snelheid waarmee daarna ook de rest van de buitenwereld op
ons afkwam, werd duidelijk teveel voor het gemiddelde 'retro'-
brein dat zichzelf niet meer herkende. Men zocht en vond een
leider: Pim Fortuyn was met zijn lijfspreuk 'at your service' daarvoor
het perfecte type. Na zijn dood ging die volksstem naar de
liberale dissident Geert Wilders met zijn tegen deze nieuwkomers
gerichte programma. Alleen al het feit dat hij dag en nacht
bewaakt moet worden, toont het gevaar van deze vreemde
cultuur; ook elders in Europa worden immers uit naam van die
godsdienst aanslagen gepleegd.
Er is wel degelijk gevaar, al houden politieke partijen vol dat het
slechts om een 'kleine groep' zou gaan: het voedt het wantrouwen
tegen 'Den Haag' en de politiek.
Ook de groeiende stroom vluchtelingen ten gevolge van oorlog
in de islamitische wereld zelf maakt de Europese burger ongerust.
Hoe kan men de grenzen tegen die vloedgolf beveiligen
en hoever moet medemenselijkheid gaan in de opvang van
andersdenkenden met hun vechtlustige zonen? Noch het land,
noch Europa kan op slot: dus dan maar de opheffing van de EU
en herstel van oude grensposten, zeggen de (intussen 'boze
witte mannen' genoemde) twitteraars en faceboekaniers; alsof
die kwaadwillenden de douane niet zouden weten te omzeilen,
zoals door alle eeuwen heen is gebeurd. En men vergeet dat we
dan in vakantietijd ook zelf weer in de file staan, zoals vroeger
bij Zaventem en Elten. Toen had nog maar één op zes gezinnen
een auto en toch kostte die grenscontrole al gauw een uur
wachttijd...
En we vinden het toch ook wel makkelijk dat we met ons
Europees paspoort altijd voorrang hebben bij internationale
bestemmingen.
Rebellerende burgers hebben nu als oplossing het referendum
ontdekt; ooit ingevoerd om burgers meer te betrekken bij
ingrijpende besluiten van de overheid, waaraan dan een brede
maatschappelijke discussie vooraf zou gaan. Niemand kon toen voorzien dat die discussie zou worden overgenomen door sociale media, die angsten uitvergroten en eventuele acties snel coördineren. Vroeger waren er hinderlijke 'straatjongens' die op de hoek samenschoolden, passanten uitscholden en geintjes uithaalden – nu zitten ze op het Internet, vaak samen met hun ouders die ook aan die 'straathoek' verslingerd zijn geraakt en nog maar zelden een 'echte' krant met serieuze achtergrondgegevens lezen. 'If you cannot beat them, join them' zeggen de Engelsen, en misschien geldt dat ook voor deze nieuwe trend van politieke besluitvorming. In plaats van arrogante afwijzing, zou volgens mij het weldenkend deel van dit land die groepsvorming niet bij 'straatjongens' moeten laten maar er liever actief aan deelnemen. Een groep als 'Geen Peil' hanteert voor stemrecht een contributie van € 12 per jaar – dat kan moeilijk een bezwaar worden genoemd. Wél een bezwaar kan zijn dat gekozen volksvertegenwoordigers volgens de Grondwet (artikel 67) geacht worden 'zonder last of ruggespraak' te oordelen en te spreken. In 1983 werd 'ruggespraak' al uit die tekst gehaald en over de inhoud van het begrip 'last' beraden rechtsgeleerden zich nog. Persoonlijk heb ik die € 12 wel over voor een stem als tegenwicht tegen die zichzelf overschattende straathoek-schreeuwers. Nu alleen nog uitvinden hoe dat stemmen dan gaat: het Internet is voor mij nog steeds niet meer dan een mailbox en een schrijfmachine...

 

DEEL DIT BERICHT