Verlaging van de aanvullende ouderenkorting
In mei 2003 heeft CISA de minister en staatssecretaris van
Financiën uitleg gevraagd over de verlaging van de aanvullende
ouderenkorting voor alleenstaande AOW-gerechtigden met 14 euro, van
256 euro in 2002 naar 242 euro in 2003. Staatssecretaris Wijn (CDA)
van Financiën heeft onlangs zijn uitleg gegeven voor de verlaging.
CISA is het niet eens met de door de staassecretaris gegeven uitleg
en heeft daarom de staatssecretaris schriftelijk uiteengezet waarom
zijn argumenten niet kloppen. De inhoud van de brief geven wij
hieronder weer.
De Staatssecretaris van Financiën
de heer mr drs J.G. Wijn,
Korte Voorhout 7
2511 CW 's-GRAVENHAGE
Secr. 2003/029
Aanvullende ouderenkorting
3 september 2003
Geachte heer staatssecretaris,
Gaarne wil ik u danken voor de uitgebreide beantwoording van de
brief van CISA van 24 mei 2003 (secr. 2003/023), (uw brief van 22
juli 2003, kenmerk AFP 2003-00334 U).
Uw brief geeft mij aanleiding tot de volgende opmerkingen.
Gehuwden en samenwonenden profiteren tweemaal van de ouderenkorting
en tweemaal van de Algemene heffingskorting. Zij profiteren derhalve
ook tweemaal van de verhoging van deze belastingkortingen met
respectievelijk 46 euro en 59 euro. Hun koopkracht stijgt daardoor
per definitie meer dan die van alleenstaanden. Dit ontneemt de
redelijkheid aan de verlaging van de aanvullende ouderenkorting (AOK)
voor alleenstaanden met 24 euro.
Verhoging van de nominale ZFW-premie met 2,90 euro rechtvaardigt
evenmin de verlaging van de AOK. De nominale premie voor elke
volwassene is destijds immers ingevoerd om de overtrokken
solidariteit van alleenstaanden bij de premieheffing Ziekenfonds te
verminderen. Desondanks wordt van hen nog een grote solidariteit
gevraagd doordat het overgrote deel van de premie als eenheidstarief
wordt geheven.
Aan de verhoging van het tarief van de eerste schijf
inkomstenbelasting met 0,45%-punt ontbreekt onzes inziens eveneens
een rechtvaardiging voor de verlaging van de AOK. Genoemde verlaging
geldt immers voor iedereen, waaronder tweeverdieners.
De aanvullende ouderenkorting is als gevolg op de invoering van het
nieuwe belastingstelsel in 2001 ingevoerd, waardoor enigszins kan
worden voorkomen dat alleenstaanden in koopkracht ten opzichte van
andere groepen te veel achteropraken. De nadelige effecten van
hiervoor genoemde onevenredigheid in belastingkortingen1 voor de
koopkrachtontwikkeling van alleenstaanden ten opzichte van gehuwden
en samenwonenden moge blijken uit berekeningen van het Centraal
Planbureau (CPB) die het bureau uitvoerde op basis van het
Hoofdlijnenakkoord. Alleenstaanden verliezen in de komende
vierjarige Kabinetsperiode de meeste koopkracht. Uit cijfers van het
(CPB) blijkt, dat alleenstaanden er ten opzichte van andere groepen,
inclusief tweeverdieners, het meest in koopkracht op achteruitgaan.
Aan het einde van de vierjarige kabinetsperiode is de koopkracht van
de meeste werknemers bij de alleenverdieners met 2% gestegen en,
afhankelijk van het inkomen, van tweeverdieners van 0 tot 2%. De
koopkracht van alleenstaanden is òf slechts met 1% gestegen òf met
1% gedaald. Bij mensen met een uitkering beweegt de koopkracht van
de alleenverdieners zich tussen de -2% en -1%, is de koopkracht van
tweeverdieners met 2% gedaald, maar hebben alleenstaanden 3% aan
koopkracht ingeleverd.
De alleenverdienende AOW-er met een klein of
hoger aanvullend pensioen bovenop zijn AOW heeft zijn koopkracht met
3% zien stijgen, de tweeverdiener is gelijk gebleven, de
alleenstaande met een klein aanvullend pensioen bleef gelijk, maar
heeft bij een wat hoger aanvullend pensioen 1% aan koopkracht
verloren. Bij de tweeverdiener is alleen het inkomen van de partner
met het hoogste inkomen in aanmerking is genomen. Hun
huishoudinkomen is dus hoger dan uit het staatje van het CBS blijkt.
Hierbij zijn uiteraard de nieuwe, aanvullende bezuinigingen nog niet
in aanmerking genomen.
Een dergelijk beeld wordt veelal van jaar op jaar bevestigd. Bij
achteruitgang in koopkracht blijkt die voor alleenstaanden meestal
het grootst te zijn, bij vooruitgang in koopkracht is dikwijls het
omgekeerde het geval, namelijk de geringste vooruitgang.
CISA acht het daarom alleszins redelijk vanuit het oogpunt van
een ten opzichte van gehuwden en samenwonenden evenwichtige, danwel
gelijke koopkrachtontwikkeling, de aanvullende ouderenkorting alsnog
te verhogen en daarop de gebruikelijke indexering toe te passen.
Hoogachtend,
Het bestuur van de Stichting Centrum
Individu en Samenleving, CISA
Mw. drs. L. de Zwaan
(voorzitter)
─────────────
1 Sinds de belastingherziening-Oort is de alleenstaande-toeslag die
gold wegens schaalnadelen, afgeschaft.
Wij dringen er bij alleenstaanden op aan over de verlaging, zowel in de richting van de politiek als bij hun vakbond ─ met name met de FNV, met de FNV-Vrouwenbond en met hun ouderenbond ─ contact op te nemen. U kunt daarbij gebruik maken van de inhoud van de brief van CISA.
Graag ontvangen wij eventuele reacties. CISA heeft 'de politiek' en genoemde bonden' reeds met de recente brief aan de staatssecretaris benaderd met aan de FNV het verzoek hiertegen bij 'de Politiek' ook haar bezwaren kenbaar te maken.
De FNV-Vrouwenbond beloofde naar aanleiding van onze eerdere brief aan de toenmalige staatssecretaris die CISA met hetzelfde verzoek had toegezonden, aktie te ondernemen.
De adressering aan de FNV is als volgt.
De Voorzitter van de FNV
De heer L. de Waal
Postbus 8456
1005 AL AMSTERDAM
De Vrouwenbond van de FNV, T.a.v. de voorzitter (hetzelfde adres).
|