Centrum Individu & Samenleving
informatie over de sociale en economische positie van singles
         
Stichting CISA
Postbus 97788
2509 GD Den Haag

070-328 40 88

Artikelen

Ouderenkorting
Brief ABP
Regeerakkoord
Belastingvrij bedrag
Afvalstoffentarief
Rapportcijfer
Publicaties
Sollicitatieplicht
Gelijke Behandeling
Hoteltoeslagen
NBP pensioenregeling
Successie
Kenniscentrum

Kenniscentrum CISA

CISA is een kenniscentrum dat wil bereiken dat de alleenstaande status als leefvorm maatschappelijk wordt erkend. Naast de wettelijke verankering van gezin en familie moet ook de sociale familie een wettelijke basis krijgen. De doelstelling van CISA is het stimuleren van de emancipatie van alleenstaanden in materiële, maatschappelijke en psychologische zin. CISA doet dit door wetenschappelijk onderzoek en beinvloeding van het overheidsbeleid. Regelmatig worden ook proefprocessen aangespannen.

Verlaging van de aanvullende ouderenkorting

In mei 2003 heeft CISA de minister en staatssecretaris van Financiën uitleg gevraagd over de verlaging van de aanvullende ouderenkorting voor alleenstaande AOW-gerechtigden met 14 euro, van 256 euro in 2002 naar 242 euro in 2003. Staatssecretaris Wijn (CDA) van Financiën heeft onlangs zijn uitleg gegeven voor de verlaging. CISA is het niet eens met de door de staassecretaris gegeven uitleg en heeft daarom de staatssecretaris schriftelijk uiteengezet waarom zijn argumenten niet kloppen. De inhoud van de brief geven wij hieronder weer.

 

De Staatssecretaris van Financiën
de heer mr drs J.G. Wijn,
Korte Voorhout 7
2511 CW 's-GRAVENHAGE

Secr. 2003/029
Aanvullende ouderenkorting                    3 september 2003

Geachte heer staatssecretaris,

Gaarne wil ik u danken voor de uitgebreide beantwoording van de brief van CISA van 24 mei 2003 (secr. 2003/023), (uw brief van 22 juli 2003, kenmerk AFP 2003-00334 U).

Uw brief geeft mij aanleiding tot de volgende opmerkingen.

Gehuwden en samenwonenden profiteren tweemaal van de ouderenkorting en tweemaal van de Algemene heffingskorting. Zij profiteren derhalve ook tweemaal van de verhoging van deze belastingkortingen met respectievelijk 46 euro en 59 euro. Hun koopkracht stijgt daardoor per definitie meer dan die van alleenstaanden. Dit ontneemt de redelijkheid aan de verlaging van de aanvullende ouderenkorting (AOK) voor alleenstaanden met 24 euro.

Verhoging van de nominale ZFW-premie met 2,90 euro rechtvaardigt evenmin de verlaging van de AOK. De nominale premie voor elke volwassene is destijds immers ingevoerd om de overtrokken solidariteit van alleenstaanden bij de premieheffing Ziekenfonds te verminderen. Desondanks wordt van hen nog een grote solidariteit gevraagd doordat het overgrote deel van de premie als eenheidstarief wordt geheven.

Aan de verhoging van het tarief van de eerste schijf inkomstenbelasting met 0,45%-punt ontbreekt onzes inziens eveneens een rechtvaardiging voor de verlaging van de AOK. Genoemde verlaging geldt immers voor iedereen, waaronder tweeverdieners.
De aanvullende ouderenkorting is als gevolg op de invoering van het nieuwe belastingstelsel in 2001 ingevoerd, waardoor enigszins kan worden voorkomen dat alleenstaanden in koopkracht ten opzichte van andere groepen te veel achteropraken. De nadelige effecten van hiervoor genoemde onevenredigheid in belastingkortingen1 voor de koopkrachtontwikkeling van alleenstaanden ten opzichte van gehuwden en samenwonenden moge blijken uit berekeningen van het Centraal Planbureau (CPB) die het bureau uitvoerde op basis van het Hoofdlijnenakkoord.

Alleenstaanden verliezen in de komende vierjarige Kabinetsperiode de meeste koopkracht. Uit cijfers van het (CPB) blijkt, dat alleenstaanden er ten opzichte van andere groepen, inclusief tweeverdieners, het meest in koopkracht op achteruitgaan. Aan het einde van de vierjarige kabinetsperiode is de koopkracht van de meeste werknemers bij de alleenverdieners met 2% gestegen en, afhankelijk van het inkomen, van tweeverdieners van 0 tot 2%. De koopkracht van alleenstaanden is òf slechts met 1% gestegen òf met 1% gedaald. Bij mensen met een uitkering beweegt de koopkracht van de alleenverdieners zich tussen de -2% en -1%, is de koopkracht van tweeverdieners met 2% gedaald, maar hebben alleenstaanden 3% aan koopkracht ingeleverd.
De alleenverdienende AOW-er met een klein of hoger aanvullend pensioen bovenop zijn AOW heeft zijn koopkracht met 3% zien stijgen, de tweeverdiener is gelijk gebleven, de alleenstaande met een klein aanvullend pensioen bleef gelijk, maar heeft bij een wat hoger aanvullend pensioen 1% aan koopkracht verloren. Bij de tweeverdiener is alleen het inkomen van de partner met het hoogste inkomen in aanmerking is genomen. Hun huishoudinkomen is dus hoger dan uit het staatje van het CBS blijkt. Hierbij zijn uiteraard de nieuwe, aanvullende bezuinigingen nog niet in aanmerking genomen.

Een dergelijk beeld wordt veelal van jaar op jaar bevestigd. Bij achteruitgang in koopkracht blijkt die voor alleenstaanden meestal het grootst te zijn, bij vooruitgang in koopkracht is dikwijls het omgekeerde het geval, namelijk de geringste vooruitgang.

CISA acht het daarom alleszins redelijk vanuit het oogpunt van een ten opzichte van gehuwden en samenwonenden evenwichtige, danwel gelijke koopkrachtontwikkeling, de aanvullende ouderenkorting alsnog te verhogen en daarop de gebruikelijke indexering toe te passen.

Hoogachtend,

Het bestuur van de Stichting Centrum
Individu en Samenleving, CISA

Mw. drs. L. de Zwaan
(voorzitter)

─────────────
1 Sinds de belastingherziening-Oort is de alleenstaande-toeslag die gold wegens schaalnadelen, afgeschaft.

 

Wij dringen er bij alleenstaanden op aan over de verlaging, zowel in de richting van de politiek als bij hun vakbond ─ met name met de FNV, met de FNV-Vrouwenbond en met hun ouderenbond ─ contact op te nemen. U kunt daarbij gebruik maken van de inhoud van de brief van CISA.

Graag ontvangen wij eventuele reacties. CISA heeft 'de politiek' en genoemde bonden' reeds met de recente brief aan de staatssecretaris benaderd met aan de FNV het verzoek hiertegen bij 'de Politiek' ook haar bezwaren kenbaar te maken. De FNV-Vrouwenbond beloofde naar aanleiding van onze eerdere brief aan de toenmalige staatssecretaris die CISA met hetzelfde verzoek had toegezonden, aktie te ondernemen.

De adressering aan de FNV is als volgt. De Voorzitter van de FNV De heer L. de Waal Postbus 8456 1005 AL AMSTERDAM De Vrouwenbond van de FNV, T.a.v. de voorzitter (hetzelfde adres).

 

*naar boven