Nederland is een buitenbeentje bij het successierecht
Het tarief dat neven en nichten moeten betalen voor wat zij erven van ooms of tantes is "misdadig", is de gepeperde uitspraak
van Neerlands bekendste hoogleraar/notaris Van Mourik.
De hoge tariefstructuur in de huidige successiewetgeving lijkt echter – eindelijk – onder druk te staan.
De Successiewet dateert nog uit 1956 en is zwaar verouderd en ondanks een aantal aanpassingen, een paar jaar geleden nog steeds onvoldoende afgestemd op de 21ste eeuw.
Over erfenissen en schenkingen moet belasting worden betaald, de zogenoemde successierechten.
Hoeveel dat is, verschilt voor wie de erfgenaam is. De schatkist vaart er in elk geval wel bij:
de heffing van successie- en schenkingsrecht leverde de staatskas vorig jaar ruim 1,8 miljard euro op.
Met de huidige wetgeving loopt Nederland ver achter bij wetgeving in een aantal ons omringende landen.
Een onafhankelijk onderzoeksrapport uit 2006 vergeleek in acht EU-lidstaten de successiewetgeving: België,
Luxemburg, Duitsland, Engeland, Frankrijk, Italië, Oostenrijk en Zweden. Tussen de lidstaten bestaan grote verschillen.
- Zweden, Portugal en Rusland schaften in de afgelopen vijf jaar de schenkings- en successierechten af.
In Luxemburg werden al langer geen successierechten meer geheven.
- Italië heeft de erfenisbelasting onlangs weer ingevoerd,
nadat deze in 2001 was afgeschaft.
- In Frankrijk staan de hoge tarieven nu eveneens ter discussie.
- In de VS hoeft de echtgenote
helemaal niets te betalen; alle andere erfgenamen betalen 45%, maar pas bij erfenissen boven de 1,5 miljoen dollar (1,05 miljoen euro).
De regering Bush heeft deze drempel fors verhoogd. Vóór Bush's aantreden lag de belastingdrempel voor erfenissen op 675.000 dollar.
- In Engeland heerst een vergelijkbaar regime: echtgenoten betalen niets, alle andere erfgenamen betalen 40% over het erfdeel dat hoger is dan 395.000 pond.
- In Nederland daarentegen, is de belastingvrije voet voor niet-verwante erfgenamen slechts een schamele 1913 euro.
Daarboven moet meteen 41 procent worden afgedragen aan de fiscus.
Het is dan ook niet vreemd dat deze heffingen - nog minder dan andere belastingen - en in tegenstelling tot wat staatssecretaris De Jager stelt,
niet echt kunnen rekenen op warme steun in de samenleving. Het wordt oneerlijk gevonden dat over geld, dat over is gebleven nadat
aan alle belastingen is voldaan, weer belasting moet worden betaald als het overgaat naar iemand anders.
De overheid vindt echter dat er sprake is van inkomen en dat dus net als bij alle andere soorten inkomen hierover belasting moet worden betaald.
Het is daarom onwaarschijnlijk dat de Successiewet op korte termijn in zijn geheel zal verdwijnen. Daar lijkt ook in het huidige Kabinet geen draagvlak voor.
Daarom is het des te dringender de huidige wet aan te passen aan de hedendaagse tijd.
Twee belastingen in één
De Successiewet kent een dubbele progressie: het tarief loopt op naarmate de verwantschap afneemt, maar ook naarmate de erfenis (of de schenking) toeneemt. Echtgenoten, geregistreerde partners en kinderen betalen de minste successierechten. Voor erfgenamen die geen naaste bloedverwanten van de overledene zijn, kan dit tarief oplopen tot 68 procent.
Als je dus als alleenstaande aan een hechte vriend of vriendin, met wie je jarenlang lief en leed hebt gedeeld, iets wilt nalaten, of aan die goede buurvrouw op wie je de laatste jaren kon rekenen, dan zijn zij voor de wet volkomen vreemden. Zelfs neven en nichten zijn voor de wet geen naaste familie en moeten dus de disproportioneel hoge successietarieven voor niet erkende persoonlijke betrekkingen (minimaal 41% en oplopend tot 68%!) ophoesten. Maar de overheid zou niet mogen bepalen hoe dichtbij of veraf iemand van je staat. Dat is niet meer van deze tijd. Daarom zou het mooi zijn als eindelijk de erkenning komt van het begrip 'sociale familie', zoals CISA voorstaat.
(Ook verschenen in Individu en Samenleving,
januari/februari/maart, nummer 73)
|