Nogmaals de eenmalige slotuitkering nabestaanden
In het vorige nummer (71) van I&S meldden wij dat PGGM ook de nagelaten betrekkingen (nabestaanden) van alleenstaanden recht moeten geven op de slotuitkering, de eenmalige overlijdensuitkering, die in de pensioen- of VUT-regeling is opgenomen. De Commissie gelijke behandeling heeft bepaald dat de pensioenverzekeraar indirect onderscheid maakt op grond van burgerlijke staat door de slotuitkering enkel uit te keren aan een beperkte groep nabestaanden. Deze uitspraak heeft ook gevolgen voor de andere pensioenfondsen, zoals het ABP.
CISA heeft verschillende klachten gekregen van donateurs en andere alleenstaande deelnemers aan een pensioenregeling, dat pensioenfondsen de uitspraak van de commissie onjuist uitleggen. De slotuitkering zou alleen behoeven te worden uitgekeerd voorzover de nalatenschap onvoldoende is om de kosten van het overlijden, de begrafeniskosten e.d. te betalen.
De uitspraak van de commissie gelijke behandeling is daar duidelijk over: de slotuitkering voor de nabestaanden van alleenstaanden moet aan dezelfde voorwaarden voldoen en gelijk zijn aan de slotuitkering voor de nabestaanden van gehuwden/samenwonenden. Het enige verschil is, dat nabestaanden van alleenstaanden moeten aantonen dat zij daadwerkelijk de kosten van ondermeer de kosten rondom het overlijden hebben betaald.
Verder bestaat er verwarring over de gemaakte kosten die zouden moeten worden aangetoond. De pensioenverzekeraar moet dezelfde slotuitkering toekenning die aan nabestaanden van gehuwden wordt uitgekeerd, een bruto uitkering van twee maanden of drie maanden, afhangend van de geldende pensioenregeling. De verplichting om nota's te tonen is uitsluitend bedoeld als bewijs dat de betrokkene daadwerkelijk de zaken rondom het overlijden heeft geregeld. CISA zal overigens zowel contact opnemen met de commissie gelijke behandeling als met het ABP en het PGGM. Desnoods stappen we met de uitspraak van de commissie naar de rechter.
Hieronder volgen nogmaals de voorwaarden voor de slotuitkering.
Voorwaarden
De overlijdensuitkering is bedoeld ten behoeve van ondermeer de kosten rondom het overlijden.
De eenmalige uitkeringen en verstrekkingen van de pensioenuitvoerder en de (voormalige) werkgever tezamen mogen niet hoger zijn dan driemaal het maandloon.
De alleenstaande deelnemer aan de pensioen- of VUT-regeling legt schriftelijk vast wie hij of zij heeft aangewezen, en maakt dit kenbaar aan het pensioenfonds, danwel de (voormalige) werkgever.
Aangezien er geen sprake is van een formeel vastgelegd huwelijk, partnerschap of samenwoningssituatie geldt als extra voorwaarde dat degene die de zaken rondom het overlijden regelt, schriftelijk vastlegt en aantoont dat de kosten rondom het overlijden daadwerkelijk zijn gemaakt.
|