Toespraak Alexander Pechtold
Toespraak Alexander Pechtold op symposium 20-jarig bestaan van Centrum voor Individu en Samenleving 24 oktober 2008, Sociëteit De Witte, Den Haag
Dames en heren,
Van harte feliciteer ik u met uw 20 jarig bestaan.
Al realiseer ik me dat voor uw Stichting dit jubileum,
- én nog een lange weg te gaan -
iets zegt over de inrichting en de sfeer van onze samenleving,
waar u en ik niet vrolijk van worden.
Toen uw uitnodiging kwam om hier te spreken,
keek ik maar eens op Internet bij het woord ' alleenstaanden'.
Ik kwam meteen terecht op allerlei datingsites.
Dat is dus kennelijk de link met het woord alleenstaanden,
zielig en op zoek.
Toen ik op Lenie de Zwaan googlede,
vond ik wat ik zocht.
Complimenten voor haar jarenlange doorzettingsvermogen,
zijn hier vandaag zeker op zijn plaats.
Want het valt niet mee om beleidsmakers er keer op keer van te overtuigen
dat beleid leefvormneutraal behoort te zijn.
Het zou interessant zijn om te weten, maar schendt vast de privacyregels,
hoe Kamerleden hun leven qua leefvorm hebben ingericht.
Het zou best kunnen dat ook door het eigen referentiekader
beleid nog altijd meer gezinsbeleid is
dan op het individu gericht.
Natuurlijk weet je dat singles dure toeslagen moeten betalen,
voor een hotelkamer naast de lift of de keuken.
Je bent ook verontwaardigd als je van een vriendin hoort
dat ze bij een Italiaans restaurant in New York,
omdat ze single was,
niet buiten op het terras mocht eten.
Het is sneu, het zou niet moeten gebeuren,
maar als politicus kan ik hier weinig mee.
In de reiswereld verandert er mondjesmaat wel iets
ten gunste van alleengaanden,
maar ook daar is het uitgangspunt
dat mensen als stel op reis gaan.
Hoe het echt zit met cijfers kan niet genoeg gezegd en herhaald worden.
We hebben anno 2008 2.5 miljoen 1 persoonshuishoudens .
(in 1984 waren dat er nog maar ruim 1 miljoen)
In 2050 zullen het er 3.5 miljoen zijn.
Tegenover 2.5 miljoen singles
staan 4.6 miljoen meerpersoonshuishoudens .
Onder die 4.6 miljoen zijn 2.5 miljoen gezinnen
en 2.1 miljoen samenwonenden zonder kinderen. .
Er zijn dus in totaal evenveel 1 persoonshuishoudens
als huishoudens met kinderen.
Als ik kijk naar de leeftijdscategorie 40 tot 45 jaar:
Dan zie ik 170.000 singles,
tegenover 600.000 huishoudens met meer personen.
Onder die laatste zijn 83.000 samenwonenden zonder kinderen.
Hier is dus de verhouding alleenstaanden versus meerpersoonshuishoudens zonder kinderen 2:1.
Alleenstaanden vormen geen statische groep.
Er zullen er ook zijn die een tijdje alleen wonen
tussen twee relaties in.
Maar dan nog is er, op basis van deze cijfers,
alle reden om kritisch te kijken
hoe de politiek in zijn beleid omgaat met leefvormen.
D66 is altijd de partij geweest van de individualisering.
Men heeft ons nogal eens verweten
egoïstische tendensen in de samenleving te bevorderen.
Een gotspe
Wij gaan uit van de mogelijkheden van het individu.
Zonder hem of haar - als dat niet nodig is -
afhankelijk te maken van een ander.
Dat leidt tot een samenleving,
waarin individuele potenties optimaal worden ingezet
ten gunste van het grotere geheel.
Na de jaren '60 is individualisering als sociaal-economisch begrip
een eigen leven gaan leiden
Het was de tijd van de vrouwenemancipatie.
Maar ook van de oprichting van mijn partij.
In de belastingwetgeving en de sociale zekerheid,
vierde het kostwinnersdenken toen hoogtij.
Vrouwen werden gediscrimineeerd,
op de arbeidsmarkt bij aanstelling ,
bij beloning en ontslag,
maar ook in de pensioensfeer.
Europese en VN regelgeving was toen nodig
om Nederland iets meer bij de tijd te brengen.
Dat is dus heel iets anders dan het 'ikke, en de rest kan stikke'- klimaat,
waar een welvaartsmaatschappij als de onze soms aan lijdt.
Uitgaan van het individu in wet- en regelgeving
staat los van de behoefte van mensen
om sociale verbanden aan te gaan,
en voor anderen te zorgen.
Dat is een eigen keuze.
Dat valt buiten het bereik van de overheid.
Toch stoelt ons beleid op veel veronderstelde solidariteit
tussen leefvormen onderling.
Juist daar bestaan nog forse restanten van het kostwinnersdenken.
Eén van de redenen van het bestaan van uw Stichting.
Gelijke behandeling , onafhankelijk van geslacht ,
was dus een opdracht vanaf de tweede emancipatiegolf.
Maar gelijke behandeling, ongeacht leefvorm, heeft vergelijkbare trekken.
De Grondwet kent een gebod tot gelijke behandeling,
ongeacht burgerlijke staat.
Je zou dus denken dat met de geslaagde vrouwenemancipatie,
solidariteit in financiële zin van singles naar gezinnen
niet meer nodig is.
In Kamerstukken uit 1985,
dus nog vóór de oprichting van uw stichting,
vond ik een interessante discussie over dit onderwerp.
Op verzoek van D66 lag er een notitie van het kabinet,
waarin de inkomenspositie van alleenstaanden,
onder de loep werd genomen.
Het ging ook tóen al om onrechtvaardigheid bij de huur- en zorgtoeslagen.
waarvoor alleenstaanden pas bij een hoger inkomen in aanmerking komen.
Terwijl ze toch dezelfde woonlasten hebben als gezinnen,
en eerder op betaalde zorg zijn aangewezen.
Alle vragen van D66 hierover werden door het kabinet
als niet strokend met het heersende gezinsdenken
terzijde geschoven.
Nee dat zagen wij helemaal verkeerd.
En omdat de rest van de Kamer het liet afweten,
vingen we op alle fronten bot.
Een principiële vraag, of gezien de vrouwenemancipatie
solidariteit richting kostwinners,
niet aan betekenis afnam,
werd zeer voorzichtig beantwoord.
Daar zou op termijn inderdaad wel eens sprake van kunnen zijn...
Wij waren blijkbaar ook toen al onze tijd ver vooruit.
Nou, ruim 20 jaar verder ,
is de groep 1 persoonshuishoudens ruim verdubbeld ,
zijn er fors meer vrouwen aan het werk
en is dus het aantal tweeverdieners toegenomen.
Maar aan de relatieve achterstand bij alleenstaanden is niets veranderd.
Sterker nog, kijk naar de koopkrachtplaatjes van de laatste miljoenennota.
Alle categorieen alleenstaanden gaan erop achteruit.
Vooral de alleenstaanden met een uitkering.
Echtparen met en zonder kinderen,
en tweeverdieners gaan erop vooruit.
Ouders moeten de mogelijkheid hebben om
én te werken én kinderen op te voeden.
Maar alleenstaanden hoeven daar niet
in onevenredige mate aan mee te betalen.
Niet meer dan tweeverdieners zonder kinderen,
niet meer dan gezinnen.
Want ook singles moeten een baan combineren met het huishouden,
en vaak ook nog met de zorg voor vrienden of ouders.
Het Sociaal Cultureel Planbureau maakte onlangs bekend
dat het relatief vaak alleenstaanden zijn die mantelzorg verrichten.
Van alleenstaanden wordt in een geëmancipeerde samenleving
wel erg veel solidariteit verwacht!.
Daarom is voor mij, voor D66, een politieke discussie over de inkomenspositie van de verschillende leefvormen opnieuw actueel.
Draagkracht moet in die discussie zeker een rol spelen.
Het is te gemakkelijk om er van uit te gaan
dat mensen die alleen wonen meer draagkracht hebben
dan mensen met kinderen.
Ook hier spreken de cijfers voor zich. (CBS-cijfers, 5 jaar geleden)
Alleenstaanden zijn oververtegenwoordigd in de lagere inkomensgroepen.
De welvaartspositie van gezinnen met en zonder kinderen
is gemiddeld hoger dan die van alleenstaanden.
Dat zal niet algemeen bekend zijn,
maar zo zijn er meer vooroordelen
als het om leefvormen gaat.
Het Hoogheemraadschap Delfland verhoogt zijn tarieven voor 2009
voor alleenwonenden met 37% (huurhuis) en 22% (koophuis).
Voor een huishouden met meer personen is de stijging 13 en 9%.
Een absurd verschil!
Waarop gebaseerd?
Misschien voor uw Stichting een aardige testcase voor de Commissie Gelijke Behandeling?
Mijn fractiegenoot Boris van der Ham zal in ieder geval minister Ter Horst hierop aanspreken.
Dames en heren,
Het politieke klimaat voor uw doelgroep is, zacht gezegd, guur.
In het regeerprogramma van Balkenende IV
komt het woord "alleenstaanden" 0 keer voor.
De brief aan de Kamer van minister Wouter Bos over de kredietcrisis
sprak over bedrijven en gezinnen,
die weer vertrouwen in banken moesten krijgen.
Zijn singles en tweeverdieners geen spaarders?
Voor CDA, PvdA en Christen Unie
geldt `samen werken, samen leven"
kennelijk alleen voor mensen in gezinsverband.
We zien het op vele beleidsterreinen.
De eigen bijdrage en de invoering van een vermogenstoets in de AWBZ
dreigen voor iedereen, maar met name voor alleenstaanden,
fors negatief uit te pakken.
In de sfeer van beloning en pensioen,
had D66 indertijd een aardige oplossing gevonden
voor doorgeschoten solidariteit.
Alleenstaanden moesten mee betalen aan een nabestaandenpensioen,
waar ze zelf nooit recht op hadden.
Onze oplossing was het keuzemodel in de pensioenwet.
De uitvoering door pensioenfondsen gebeurt echter zo halfslachtig,
dat een alleenstaande werknemer vaak een lager pensioen heeft
dan zijn gehuwde collega.
Terwijl ze evenveel premie betalen.
Mijn fractiegenote, Fatma Koser Kaya,
heeft minister Donner gevraagd
aan deze onrechtvaardigheid een eind te maken.
Als het moet, door de wet te wijzigen.
Bij de Algemene Beschouwingen dit jaar
bracht ik opnieuw de positie van alleenstaanden ter sprake.
Mede naar aanleiding van het koopkrachtbeeld.
De reactie was illustratief.
Ik kreeg een déjá vu. We waren terug in 1985.
Mijn kritische vragen werden vanuit de coalitie,
gepareerd met dooddoeners.
Ik zag het natuurlijk helemaal verkeerd.
Er was niets aan de hand.
"Ik zie geen aanleiding om mij grote zorgen te maken over die groep", zei de fractievoorzitter van het CDA.
Maar alle grote woorden konden niet verhullen dat mijn simpele verzoek:
"laat in wet- en regelgeving de belangen van alleenstaanden
even zwaar wegen als die van gezinnen"
niet strookte met het heersende beleid.
Een beleid dat nog altijd te eenzijdig is gericht op traditionele leefvormen.
Onder dreiging van een Kameruitspraak
bleek het kabinet uiteindelijk toeschietelijker.
Minister Donner zal een methodiek ontwikkelen,
waarmee het kabinetsbeleid voor een- en meerpersoonshuishoudens
op evenwichtigheid wordt getoetst.
Het resultaat van die toetsing horen we nog vóór de begrotingsbehandeling
Sociale Zaken. Snel dus.
Het is een begin.
Maar op basis van hetgeen Donner ons presenteert
zullen we verdere parlementaire actie ondernemen.
Ook D66 in het Europees Parlement heeft bij de Europese Commissie
de ongelijke behandeling van singles
in wet- en regelgeving aangekaart.
"Samen staan we sterker".
Inmiddels heeft het kabinet van de 405 miljoen compensatie koopkracht,
er 150 voor alleenstaanden bestemd.
Voor verhoging van de zorgtoeslag.
Zou het kunnen dat ons optreden in de Kamer
de coalitie aan het denken heeft gezet?
Dames en heren,
Wat zeker moet veranderen is de successiewetgeving.
Een wet uit 1956, gebaseerd op de samenleving uit de jaren '50.
Het kabinet is over nieuwe wetgeving in overleg met de Kamer.
Over lagere tarieven, minder schijven, onmogelijk maken van fiscale constructies.
Daar zijn we vóór.
Maar ons gaat het niet alléén om de hoogte van de tarieven.
Ons gaat het er vooral om ongelijkheid op te heffen.
Ongelijkheid tussen familie en niet familie.
In onze moderne samenleving zou de overheid toch neutraal moeten
staan ten opzichte van degenen die erven.
Eén tarief voor iedereen is wellicht budgettair een brug te ver.
Maar geef dan mensen zonder partner en kinderen
de mogelijkheid bij testament één of twee personen aan te wijzen,
die onder hetzelfde tarief vallen als de naaste familie.
Dat zal onze inzet zijn bij nieuwe wetgeving.
Dames en heren,
Flip de Kam, hoogleraar publieke financiën, schreef vorig jaar in de NRC
dat alleenstaanden veel meer aan de schatkist bijdragen
dan getrouwde of samenwonende stellen.
En dat zij in wetgeving worden benadeeld ten opzichte van gezinnen.
Ik ben het met hem eens.
Hij schreef ook dat
Liberalen en democraten zich daar nooit tegen hebben verzet.
Voor liberalen in het algemeen kan ik niet spreken.
Voor sociaal-liberale democraten meen ik zijn stelling
hier vandaag afdoende te hebben ontkracht.
Ik wens uw Stichting veel sterkte in de strijd en een beetje geduld.
|