Alleenstaanden moeten zichtbaar worden
door Lenie de Zwaan
De menselijke waardigheid is tot grondslag in de Europese Unie (EU) verklaard. Dat betekent dat alle Europese burgers met
respect moeten worden behandeld, zo ook in de EU-lidstaten afzonderlijk. Erkenning van waardigheid en respect komen bij uitstek
tot uitdrukking in de rechtsorde: gelijke waardigheid en gelijk respect voor ieder weerspiegelt zich in de gelijke rechtspositie
die de staat zijn burgers gunt. Het Europese recht ziet er streng op toe dat de lidstaten, waaronder Nederland, hun 'onderdanen'
geen onrecht aandoen. Maar helaas, evangelisatie via het woord is wat anders dan de daad; het is een lege huls die nog wèl met
inhoud moet worden gevuld.
Het is de taak van de wetgever - regering en parlement - deze te vullen met datgene wat 'ieder toekomt'. Maar dan stuiten we op
een probleem. De vraag is, wie het volgens de overheden verdienen tot de waardige burgers te worden gerekend die het respect van
de hoogmogenden waardig worden bevonden. Politici zijn ook maar mensen en ook hun is niets menselijks vreemd. Herkenbaarheid is
een cruciaal aspect. Personen voelen zich het meest betrokken bij mensen die op henzelf lijken en dat geldt ook voor politici.
Alleenstaanden zijn vrijwel niet vertegenwoordigd in het parlement. De 'volksvertegenwoordiging' heeft voornamelijk de niet-alleenstaanden op het netvlies. Zij kunnen zich maar moeilijk inleven in de situatie, omstandigheden, kansen en mogelijkheden van alleenstaanden. Warme gevoelens vermogen alleenstaanden bij politici niet op te wekken. 'Linksom' of 'rechtsom': het huwelijks- en gezinsmodel was en is nog steeds de enige norm, ondanks het aantal van 2,5 miljoen alleenstaanden. Verder gaat dat bij de media ten koste van hun waakhondfunctie van de democratische 'rechtsstaat'. Dat alles heeft alleenstaanden maatschappelijk onzichtbaar gemaakt en heeft aan overheden alle ruimte geboden voor de structurele en systematische achterstelling van deze groep. In de loop van de tijd wordt dat vanzelfsprekend en mondt dat uit in een aangeleerde (cognitieve) denk-reflex. Zoals bijvoorbeeld de suggestie van minister De Jager van Financiën om iets te doen aan de te hoge belastingdruk van alleenstaanden ten opzichte van tweeverdieners onmiddellijk door fiscaal deskundigen de grond in werd geboord. Het invoelingsvermogen met alleenstaanden lijkt volkomen uitgedoofd. De menselijke waardigheid van het individu is vervangen door iemands waarde als behorend tot de klasse der gehuwden.
Verder draait het bij de politiek om de zeteltjes en moeten principes vaak wijken voor macht. Politieke partijen mikken op de grootste gemene deler, en daarom werd het slinkend aandeel van de traditioneel gehuwden - ten opzichte van het almaar stijgende aandeel alleenstaanden - aangevuld. Allerlei samenleefverbanden werden tot een soort huwelijkse status geroepen met de daarbij behorende wettelijke beloningen.
De overheid beïnvloedt de opvattingen van mensen. Wetten scheppen omstandigheden en creëren daarmee een werkelijkheid die als vanzelfsprekend wordt geaccepteerd. Met andere woorden, de opvattingen passen zich aan de wettelijke praktijk aan. Besluiten worden genomen op grond van een democratische meerderheid. Maar de meerderheid stelt zich geen gewetensvragen. Zij kijkt naar de gevolgen voor haar eigen maatschappelijke positie en houdt zich niet bezig met eventuele nadelige gevolgen voor andere groepen. Daarom moet de politiek zich ervan bewust zijn dat de moraal de grondslag van normen en waarden is en dat de eenzijdige nadruk op de belangen van huwelijkse leefvormen, die zij als eigen herkent, een vorm van nepotisme (een soort vriendendienst) is die verwerpelijk is. In de juridische literatuur treft men vaak uitspraken aan dat achterstelling van een bepaalde groep een uitdrukking is van de opvatting van de 'minderwaardigheid' van de desbetreffende groep en dat achterstelling gelijk staat aan onderdrukking. De overheid moet dus beschikken over een hoge morele standaard om rechtvaardige wetten te (kunnen) maken.
Lenie de Zwaan
|