Korset van nieuwe ziektekostenverzekering
Op 1 januari 2006 moeten de huidige Ziekenfondsverzekering en de
particuliere verzekeringen tot één zorgverzekering zijn samengevoegd.
Elke volwassen Nederlander is dan verplicht verzekerd voor een
basispakket, dat aansluit aan het verzekeringspakket van de huidige
ziekenfondsverzekering.
Elke volwassene betaalt bij een
verzekeraar een nominale premie van circa 1.000 euro. Voor kinderen tot
18 jaar wordt de premie via Rijksbijdragen gefinancierd. Daarnaast heft
de werkgever of uitkeringsinstantie een inkomensafhankelijke bijdrage
van de verzekeringsplichtige. Deze zijn verplicht de bijdrage aan de
(gewezen) werknemer te vergoeden (die overigens wordt belast). Via een
zorgtoeslag worden mensen tot een bepaald inkomen gecompenseerd om te
grote negatieve inkomenseffecten te verzachten.
In de vele discussies heb ik twee belangrijke aspecten gemist, namelijk
de grote mate van inkomensafhankelijkheid en de vraag wie nu solidair is
met wie.
Collectiviteit overheerst
Het kabinet wil meer eigen verantwoordelijkheid, een nominale premie
(een vast bedrag) en meer keuzevrijheid, maar de zorgverzekering blijft
overwegend op collectieve basis gefinancierd. Van de kosten wordt 45
procent via de nominale premie opgebracht. De rest wordt op
inkomensafhankelijke wijze gefinancierd: de zorgtoeslag met een geraamd
budgettair beslag van 2,1 miljard euro, via de fiscus gefinancierde
kinderpremie, geraamde kosten 1,5 miljard euro, en een
inkomensafhankelijke werkgeversbijdrage die 50 procent beslaat van de
totale macropremielast.
Ook de doelstelling van meer keuzevrijheid is grotendeels een fictie. De
verzekeraar maakt uit bij welke arts of in welk ziekenhuis iemand
terechtkomt.
Wie is solidair met wie
Om te voorkomen dat mensen met het oog op hun (lage) inkomen een te hoge
premie moeten betalen, geldt een zogenoemde normpremie. De zorgtoeslag
is gelijk aan het verschil tussen de standaard verschuldigde (nominale)
premie en de normpremie. De normpremie voor een meerpersoonshuishouden
bedraagt 6,5 procent van het belastbare wettelijk minimumloon, inclusief
vakantietoeslag en 4 procent van het meerinkomen. Voor alleenstaanden
wordt gerekend met zowel 4 procent van het belastbare wettelijk
minimumloon, inclusief vakantietoeslag als 4 procent van het
meerinkomen.
Dit inkomensniveau ligt echter ver boven het niveau van het voor
alleenstaanden geldende sociale minimum, dat 70 procent bedraagt van dat
voor mensen met een partner. Op bijstandsniveau bedraagt de normpremie
daardoor geen 4 procent, maar 7,2 procent. Voorzover hun inkomen beneden
het niveau van het wettelijke minimumloon ligt, is de normpremie hoger
dan 4 procent.
Voor mensen met een partner bedraagt de normpremie 8,2 procent, 4,1
procent per persoon. Voor de partner hoeft slechts 138 euro te worden
betaald.
Op de inkomensniveaus, waarop de zorgtoeslag van toepassing is, wordt
voor de partner in het algemeen een geringe premie betaald. Bij de
onderstaande berekeningen is uitgegaan van een standaardpremie van 1.000
euro, hoewel een recente schatting reeds 1.030 euro aangeeft.
Inkomen bedraagt 22.000 euro
De normpremie voor alleenstaanden is 880 euro, de zorgtoeslag 120
euro.Voor mensen met een partner is de normpremie 1.318 euro, de
zorgtoeslag 682 euro, meer dan driemaal zo hoog als voor alleenstaanden.
Voor de partner wordt slechts 318 euro betaald.
Inkomen bedraagt 25.000 euro
De normpremie voor alleenstaanden is reeds gelijk aan de standaardpremie
van 1.000 euro, dus de zorgtoeslag is nihil.
Voor mensen met een partner is de normpremie 1.438 euro en wordt nog
steeds een zorgtoeslag van 562 euro ontvangen. Voor de partner wordt
slechts 438 euro gevraagd.
Inkomen bedraagt 29.493 euro (premiegrens van het huidige
Ziekenfonds)
Alleenstaanden ontvangen geen zorgtoeslag.
Bij dit relatief hoge inkomen ontvangen mensen met een partner bij een
voor hen geldende normpremie van 1.618 euro nog steeds een zorgtoeslag,
namelijk van 382 euro. De partner weet zich nog steeds verzekerd voor
618 euro tegenover een alleenstaande voor 1.000 euro.
Het omslagpunt, waarbij geen toeslag meer wordt gegeven, ligt bij
alleenstaanden reeds bij een jaarinkomen van 25.000 euro; gehuwden
ontvangen nog tot in beginsel de premiegrens van de huidige
Ziekenfondswet van 29.493 euro, een zorgtoeslag.
Het systeem van de zorgtoeslag is voor alleenstaanden ten opzichte van
mensen met een partner nadelig. Daarnaast zijn de veelverdieners het
beste af.
Er zit duidelijk wat scheef in het financieringssysteem, wanneer het
merendeel van de Nederlanders, 6,1 miljoen, voor een toeslag in
aanmerking komt.
Inkomenseffecten
De inkomenseffecten zijn zeer ongelijk verdeeld. Van een evenwichtige
lastenverdeling, zoals het kabinet, op zijn zachtst gezegd, bezijden de
waarheid opmerkt, is geen sprake.
Een alleenverdieners-gezin met een minimum inkomen, een alleenstaande
ouder met een minimumloon en een alleenstaande op het niveau van het
sociale minimum ervaren een negatief inkomenseffect. De tweeverdieners
zijn relatief goed af en een paar z.k. met een fiks pensioen bovenop de
AOW kunnen een riante inkomensvooruitgang tot 8 procent tegemoet zien.
Ook heeft de vrijstelling van een kinderpremie voor eveneens veel- en
grootverdieners weinig te maken met 'een evenwichtige verdeling van
draagkracht'. Net zo min als thans voor hen in de particuliere
verzekering onaanvaardbare inkomenseffecten optreden, zal dat ook niet
gebeuren door hun een mate van eigen verantwoordelijkheid te geven voor
de zorgkosten van hun kinderen. In de particuliere verzekeringen wordt
nu immers ook een kinderpremie geheven (voor maximaal twee, soms drie
kinderen).
Een verzekering die de toegankelijkheid tegen een betaalbare prijs
waarborgt is een goede zaak. Maar solidariteit van minimumhuishoudens
met veelverdieners is wat veel gevraagd.
|